Homepage Goudse Politiek Laatste wijziging: 28 Maart 2011


Toerisme in Gouda
We zijn een stad die lijdt aan een toeristische anorexia. 1 April 2011


Het was me bekend dat de gemeente niet te koop liep met heldere analyses over bezoekersaantallen aan de stad. Als ze al eens ter sprake kwamen, dan was dat meestal na een geslaagd evenement. Vooral als dat wat duurder was uitgepakt, werd er een positief jubelverhaal geschreven, als een soort rechtvaardiging. Nooit waren de genoemde cijfers onderbouwd door een gedegen meting.

Jaarlijks zijn er metingen van het bezoek van Nederlanders aan de eigen steden. Het zogeheten CVO-onderzoek is niet specifiek voor Gouda maar voor een groot aantal gemeenten. Ik heb deze gegevens opgevraagd en ze zijn welwillend door de gemeente aan mij verstrekt. Er was nog NOOIT een trendanalyse gemaakt en gepubliceerd.
Dit is dus de eerste publicatie over meerdere jaren met een vergelijking t.o.v. andere steden.

Ik heb gekozen voor twee groepen van steden. De eerste zijn de oud-Hollandse steden: Almaar, Haarlem, Leiden, Delft, Dordrecht en Gouda. De tweede serie bestaat uit Amsterdam, 's-Gravenhage, Rotterdem en Utrecht en wordt vergeleken met 's-Hertogenbosch. Daar waar bij de oud-Hollandse steden Alkmaar een voorbeeldfunctie heeft, is die taak bij de grote steden voor 's-Hertogenbosch weggelegd. Van beide steden kan Gouda heel wat leren, Maar laten we eerst de positie van Gouda bepalen ten opzichte van het gemiddelde van de oud-Hollandse steden.

Grafiek1: aantal bezoeken per gemeente per jaar
Oud-Hollandse gemeenten.

Grafiek1: aantal bezoeken per gemeente per jaar
de grote gemeenten.
Gouda wordt weergegeven door de onderste lijn in de grafiek. De gemeten periode omvat de jaren 2001 tot en met 2009. Alle steden kenden in de eerste jaren een sterke groei, terwijl tussen 2005 en 2009 gemiddeld een daling optrad. Dat is een landelijke trend geweest, die ook van toepassing is op de grote steden.

Bezoekaantallen en trends:
  • Gouda realiseerde een groei van NUL procent over de gehele periode.
  • Bij de andere 5 oud-Hollandse steden was de groei ruim 75% ofwel 8.3% per jaar. Anders gezegd: bij continuering een verdubbeling in 2011.
  • Bij de 4 grote steden is de jaarlijkse groei 7.2% per jaar geweest.
  • 's-Hertogenbosch had het hoogste groeicijfer bij de grotere steden met 7,9% per jaar.
  • Gouda heeft gemiddeld het laagste aantal bezoeken aan de stad.
  • Uitgedrukt in vergelijking met de grootte van de stad (aantal inwoners) heeft Gouda ook de laagste bezoekratio.
  • Het aantal bezoekers dat nog een keer terugkomt is in Gouda in 2009 ook het laagst van allemaal.
Vanaf 2004 zijn de gemiddelde uitgaven per bezoek gemeten:
  • Gemiddeld werd in de oud-Hollandse steden 41,84 euro per bezoek uitgegeven.
  • In Gouda ongeveer 41 euro. Ook Delft en Leiden bleven beneden het gemiddelde.
  • Alkmaar spant de kroon met 49 euro per bezoek.
  • In de grote steden wordt gemiddeld 45,73 uitgegeven.
  • Den Haag is de laagste met 41,37 euro.
  • ter vergelijking Den Bosch met 48,56 euro
Stadsinkomsten per jaar op basis van de bezoekaantallen 2009 uitgedrukt per hoofd van de bevolking (2009), gebruik makend van de gemiddelde bestedingscijfers:
  • ca 635 Euro per inwoner van Gouda
  • ca 925 Euro per inwoner de overige O-H steden
  • ca 1950 Euro per inwoner van Alkmaar
  • ca 2155 Euro per inwoner van 's-Hertogenbosch

Conclusie: Gouda is het slechtste jongetje van de klas, terwijl Alkmaar en 's-Hertogenbosch de besten zijn in beide groepen.
De grote pluspunten van beide voorbeelden spelen zich af rond de cultuurhistorische aspecten van de steden. Dat kan in Gouda ook de kurk worden waarop het toerisme kan drijven. Een beschaafd toerisme. Dan is het ook plezierig om te weten dat de Goudse Historische Verenigingen met deze beide steden een goed contact hebben. Er moet dus snel iets te leren zijn op het gebied van stadsmarketing en de exploitatie van de Cultuurhistorie. Alleen de politieke wil ontbreekt (vooralsnog), omdat de opbrengst niet volledig bij het gemeentebestuur terecht komt.

Als die houding anders was geweest en Gouda zou zich ontwikkeld hebben volgens de trend van het gemiddelde van de andere oud-Hollandse steden dan zou de stad per jaar ruim 35 miljoen rijker zijn geweest. Er zou dan ook geen leegstand van winkels zijn (Een omzet 35 miljoen is ongeveer gelijk aan 100 winkeltjes). Als de gemeente er via omwegen ca 9% van terugontvangt (een norm die in 's-Hertogenbosch wordt gebruikt) dan zou het jaarlijks ruim 3 miljoen voor de gemeentekas opleveren. Daarvan hadden de afgelopen 10 jaar met gemak het Nonnenwater en de Zuidelijke toegang gefinancierd kunnen worden. Dan had het eindrapport van het Consortium Hollandse Waterstad wel geschreven mogen worden en was het gebruikt om de stad nog beter op de kaart te zetten en verdere ontwikkelingen mogelijk te maken, die op zich weer voor nieuwe inkomsten zorgen. Kortom het model van Almaar en 's-Hertogenbosch. Maar dan moet je wel bereid zijn om dik drie ton per jaar in een professionele stadsmarketing steken (zie onderwerp Stadsmarketing).

Tom Bade rekende het ons op de waterconferentie van 2009 al voor: Gemiddeld geeft een Nederlandse gemeente 0,2 % van zijn begroting aan cultuurhistorie uit en krijgt er 2% opbrengsten voor terug. Een goede deal zei hij toen. Maar hoe goed Tom Bade en daarvoor Bert Pauli (wethouder FinanciŽn van 's-Hertogenbosch) het ook uitlegden en toegelicht hebben, succes krijg je alleen met bestuurders die kundig en bevlogen zijn. Ik wacht dus angstig af of ze het vermogen kunnen ontwikkelen om te leren luisteren naar de burger en naar de experts, die toevalligerwijs(?) dezelfde boodschap hebben.


Hans Suijs
betrokken kritische burger

Top of Page